Facebook  Linkedin

image.jpeg

- 11 tot en met 26 nov 2017 "Veel Natuurlijk! ", Solo tentoonstelling, Ars Aemula Naturae, Leiden

landschappen en instalaties

Opening 11 november, 16 uur door Nicole Roepers, concervator van Museum De Lakenhal.

 

 

 

Opening Veel Natuurlijk! Matilde Zijp, Ars 11 nov. 2017

 

Nicole Roepers

 

 

 

In 1992/93 – ik was net afgestudeerd- werkte ik een jaar in Museum De Lakenhal mee aan de tentoonstellingenreeks “Vijf eeuwen landschap”. Het waren eigenlijk drie tentoonstellingen, met elk een eigen titel: “Tussen fantasie en werkelijkheid” besloeg de landschapsschilderkunst van de 16e tot en met de 18e eeuw. 19e eeuwse schilderijen werden gebundeld onder de titel “Tussen sentiment en waarneming”  en de presentatie “Vertrekpunt: landschap”  liet werk van hedendaagse kunstenaars zien.Ik moest aan deze tentoonstellingen denken toen ik afgelopen donderdag hier Matilde’s werk, bij elkaar zag.  In deze installatie-achtige opstelling trekken de landschappen op groot formaat in eerste instantie de aandacht.

 

Zoals Jacob Savery de Jonge in de 17e eeuw herinneringen aan landschappen die hij op zijn reizen zag, in zijn schilderijen verwerkte en een nieuwe overweldigende natuur creëerde, zo laat Matilde zich ook inspireren door beelden van landschappen in binnen- en buitenland. Of nu Lisse, Tirol, Schotland, Friesland of Andalusië de werkelijke bron is, zij bedenkt en schildert nieuwe landschappen, waarin bijvoorbeeld parasoldennen nog de enige verwijzing naar een concreet gebied zijn. De met vlotte toets neergezette kleurrijke landschappen zijn verbeeldingen van haar herinneringen en emoties aan verblijven in de natuur.

 

Tegelijkertijd doen deze landschappen mij ook denken aan enkele werken van HJ. Weissenbruch. Hij en zijn Haagse School-collega’s wilden juist het landschap om zichzelf portretteren, het laten ontstaan vanuit de eigen waarneming en zij gebruikten daarvoor gewaagde kleurpaletten. De speelsheid in hun schilderijen en de –van de Franse impressionisten overgenomen  focus op licht- zie ik ook in Matilde’s werk terug. Alsmede een verlangen naar het opgaan in de natuur. Ook al ontbreekt de mens in haar schilderijen: deze landschappen balanceren tussen sentiment en waarneming.

 

Het landschap kent in de beeldende kunst natuurlijk die eeuwenlange traditie en toch is het nog steeds een belangrijke inspiratiebron voor hedendaagse kunstenaars. Sinds de vorige eeuw vormt het echter meer een vertrekpunt voor nieuwe interpretaties, dan alleen een verbeelding. De natuur kan emoties losmaken, ons doen herinneren aan gebeurtenissen, of ons confronteren met juist het verdwijnen ervan. Veel kunstenaars ‘gebruiken’ zo de natuur om een persoonlijke visie uit te dragen; zij leveren commentaar, voeren haar op als stille getuige, abstraheren haar, gebruiken haar letterlijk als materiaal. Dat alles zien we terug in deze landschappen hier, maar  ook in de andere werken, in de vele dierfiguren, het gebruik van plantelementen, natuurlijke materialen. En in veel van deze werken komt ook een maatschappelijk engagement naar voren. Vogels en kippen werden niet door Matilde geschilderd als lieflijk stilleven, maar verwijzen juist naar het huidige plasticsoupdrama of de bio-industrie met haar plofkippen. Kolenmijnen, grensgebieden: het zijn thema’s die op niet heel nadrukkelijke wijze aanwezig zijn, maar een belangrijk uitgangspunt van de kunstwerken vormen.

 

Matilde richtte deze zalen in als een soort Wunderkammers, de eeuwenoude verzamelkamers waarin natuurlijke objecten met kunst en wetenschappelijke voorwerpen werden gecombineerd en zo een eenheid vormden en een heel persoonlijk verhaal van de verzamelaar vertelden. Matilde ging hier ook zo te werk en combineerde de monumentale landschappen met een keur aan andere kunstwerken, figuratief en abstract door elkaar heen, alle in uiteenlopende technieken. Veel van de werken schilderde de kunstenaar op bijzondere dragers. Want Matilde is ook een verzamelaar, van de oude geschiedenisschriftjes van haar man, van muziekpapier, krantenknipsels, natuurlijke objecten, van het restmateriaal van een timmerman tot aan de doosjes van franse kazen. Alles kan gebruikt worden als drager.

 

Wie haar atelier kent – een grote overvolle Wunderkammer met vele kastjes en laden- kan zich voorstellen hoe moeilijk het geweest moet zijn een uiteindelijke selectie voor deze tentoonstelling te maken. Maar dat is haar goed afgegaan, al moesten er op het laatste moment wel wat werken afvallen. Wat restte is een uitgebalanceerde compositie over drie zalen waarin rust en chaos elkaar afwisselen en die een lust voor het oog is.

 

 

 

Matilde houdt van kleur; zij kleedt zich daar ook naar. Afgelopen donderdag vielen mij bij binnenkomst direct twee kleuren op: het oranje ton-sur-ton palet van Matilde’s kleding en meer nog het roze in haar werken. In alle zalen springt deze kleur in eindeloos veel varianten eruit, van kwetsbaar babyroze in suggesties van bloemen, via oudroze dierfiguren, bleekroze papier als ondergrond, oranje/roze lijsten  tot dreigend, bijna fluoriserende magenta-luchten in de meest recente Andalusische landschappen. Een specifiek –bijna huidachtig- roze in het landschap van de Kolencentrale herinnerde mij aan het schilderij: “De roze-vingerige dageraad” van Willem de Kooning, dat ik begin jaren ’90 zo vaak in het Stedelijk Museum bekeek. Het is een schilderij dat het beeld oproept van idyllische natuur, maar geheel ontstond uit De Koonings intuïtie en herinnering, eerder een abstracte weergave van het landschap. Het balanceert “Tussen fantasie en werkelijkheid” en die titel is ook geheel van toepassing op deze rijke presentatie van Matilde’s werk, waarin zo VEEL elementen, materialen, technieken, herinneringen, gedachten, anekdotes van haar op een NATUURLIJKE wijze bij elkaar komen. Het is een installatie waarin Matilde’s karakter, persoonlijkheid en brede kunstpalet zeer goed weerspiegeld wordt.